Een busrit met Bella

21u – ik stap op in Antwerpen, de Flixbus met bestemming Bratislava, die om 16u25 in Wenen passeert, de stad waar ik uitstap. Ik bezoek Alina, die ik in Porto leerde kennen, met oog op een mogelijke verhuis naar Oostenrijk’s hoofdstad. Het is warm, heet, en ik zal zo’n 20u in de bus zitten. Het is niet de eerste keer dat ik een lange busrit doe, dus dat valt mee, behalve dan het ongelukkige feit dat deze bus weinig tot geen pauzes houdt. Op een vliegtuig of trein kan je gemakkelijk de benen strekken. In deze bus wil dat nogal tegenvallen.

11u30 – We komen in München aan. We hadden haltes in Brussel, Luxemburg (Groot Hertogdom), Metz, Karlsruhe, Stuttgart (waar de chauffeurs wisselden) en nu zijn we in München, de laatste stop voor Wenen. Hier stappen zo’n zestig passagiers uit, en wachten evenveel om in te stappen. Ik zit helemaal vanvoor, aan de rechterkant, met uitzicht op het volk.

Velen zijn gehaast, alsof de bus snel snel gaat vertrekken (vergelijkbaar met de onnozelaars die aanschuiven om op het vliegtuig te stappen, wanneer zitjes genummerd zijn. Onbegrijpelijk vind ik dat), maar ergens tussen de hoofdenhoop zie ik een blondbruin kopje, met een licht shirt, een herkenbare rugzak, een legging als broek en een kalme uitstraling, die opvalt in een kudde van niet-zo-kalme mensen. Ik houd de bende onder mij in het oog. Mensen stappen uit, de nieuwe passagiers steken hun materiaal in het kofferruim, checken in bij de chauffeur, met zijn app’je, .. tot zij naar mij kijkt, of staart. Té lang voor een wegwerpblik, maar gevolgd door een glimlach. Ik lach terug. Zou het? Niemand zat op dat moment langs mij. De bus geraakt langzaam maar zeker vol. Ik draai me onsubtiel om, zodat ik naar achter kan kijken. Ze is net opgestapt, en maakt opnieuw oogcontact. Ze komt mijn richting uit.

“Is this seat taken?”
“No, feel free!” (HELEMAAL NIET! En liever gij dan die zestigjarige Italiaanse die voos naar mij kijkt!)

Ze springt over de leuning in de stoel, terwijl ik mijn rugzak op de grond zette. Oh! We have the same backpack brand, Lowepro! Do you carry a camera? Ik vertelde haar dat ik de rugzak voornamelijk gebruik om mijn laptop mee te nemen, en voor de rest weinig van fotografie afweet. Zij had een groter model, een backpack. Mijn groot backpack (Osprey baby) zat in het ruim. Ik bekeek haar van dichterbij. Dezelfde haarkleur als mij (joehoe), bruine ogen, mooie tanden, een mooie neus een zachte stem. De legging die ze draagt is van Under Armour, en ik stel mijn mening bij – je kan zoiets dus wél als broek dragen. (Maar geen zwarte aub.)

Hi, I’m Bella (terwijl ze haar hand uitsteekt), I’m from Germany. And you? Ik ben Kobe, van Reppelen, van België, op weg naar Wenen, en ik zit al 16u aan een stuk in deze bus. Nice to meet you. Zij was op weg naar Bratislava, waar ze een vriend voor een paar dagen zou bezoeken. We merkten snel dat we een paar dingen gemeenschappelijk hadden: een plezier in reizen, meertaligheid, en een antipathie voor stoelen in een bus. We praatten over de typische dingen in een kennismakingsgesprek, zoals mooie namen (Guadalupe en Ezequiel, als ik mag kiezen), de steden waar we wonen en de vriendelijke glimlach die deze gedeelde busrit inluidde.

Ik toonde haar de foto die Emiel mij stuurde. Mijn bureau van de dag!, schreef hij. Genkse brandweermannen kunnen het schoon hebben. Ik zei dat ik haar eens de berg op zou nemen, moest ze tot in België geraken. Ons zicht vanuit de bus was minder indrukwekkend.

Maar het bleef niet beperkt tot een oppervlakkige kennismaking, integendeel.

Ze vertelde over haar periode in Zuid-Amerika, en de liefde die ze daar tegengekomen was, en hoe die geëindigd was. Ze vertelde daarna over een relatie dichter bij huis, die ook in de verleden tijd ligt, omdat ze beiden door een zware periode gingen. Dat ze eerder dit jaar zwanger was. Toen ze haar vriend dit vertelde, dreigde hij met zelfmoord. (Ik ken niets over dit thema, dus mijn excuses voor glad ijs, en de gaten in mijn geheugen.) Ze besliste om de zwangerschap te beëindigen. Toen ze twee weken later bij de dokter kwam, vertelde die haar dat het kind al op natuurlijke wijze overleden was. (Nogmaals, ik ken niets of de juiste terminologie.) Hmm, hoe droevig. Ik heb daar geen ervaring mee, en als man is zo’n situatie sowieso al anders dan als vrouw. Ik stak mijn hand naar haar uit, en vroeg haar of nu alles oké was, waarop ze positief antwoordde.

Op een bepaald moment kwam eenzaamheid ter sprake. (Ik ga in de toekomst nog eens over loneliness en solitude schrijven, en dat we in het Nederlands geen deftige vertaling daarvoor hebben.) Ik zei haar dat ik geniet van alleen zijn, en dat ik er veel uit leer, maar dat de prijs daarvoor af en toe intense eenzaamheid is. Ik vind het leuk om met vreemden daarover te praten, omdat ik dan eerlijker tegen mezelf ben. Zij weten namelijk niets over mij, dus kan ik mijn favoriete schuldigen of oorzaken ook moeilijker aanwijzen, want dat zou mij dwingen om een coherente en rationele uitleg te geven over het hoe en waarom. (Zoals mensen die klagen over de baas of de manager maar, nadat je een beetje doorvraagt, simpelweg graag over iemand klagen, ongeacht de rol.) En zo kom je sneller tot een eerlijke babbel.
Ik vertelde dat er dingen zijn die je simpelweg niet alleen kan doen. Je kan nog dagen of weken genieten van op jezelf zijn, voor sommige dingen heb je eenmaal een ander persoon nodig. Ik kwam niet direct op een goed voorbeeld.
Iets later zei ze dat ze worstelt met niet goed genoeg zijn, dat wat ze doet nooit goed genoeg is. HAH, zei ik. Dáár heb ik wél ervaring mee!

Iets later (het kan gerust zijn dat ik mijn chronologie helemaal fout heb, excusi) wou ze naar muziek luisteren. Ze nam haar oortjes en strekte zich uit. Ze legde haar hoofd op mijn linkerschouder. Zomaar! Spontaan! Ik vind zoiets natuurlijk super aangenaam, ongeveer het exacte tegengestelde van metal muziek. Ze lag een tijdje in die positie, terwijl ik met een grote grijs zat, tot de buschauffeur aankondigde dat we een stop zouden doen.

Het was ondertussen 15u05 – een eerste stop, na 18u op de bus kon ik mijn benen strekken, ideaal. Er stond zelfs een koffieautomaat! Ik had geen kleingeld bij, waarop ze mij €2 gaf voor een cappuccino (poedermelk met poederkoffie en heet water, de meest miserabele interpretatie van wat een cappuccino kan zijn). Ze zocht een stukje gras uit om een paar yogabewegingen (-oefeningen? –posities?) te doen. Daarna danste ze rond de bus, op de parking, waarop een paar mensen verbaasd opkeken. Ik eerst ook, en ik vond dat heel opmerkelijk. Een oudere dame, die bij elke pauze (tanken van de bus en elke halte) even buiten ging om de roken en Red Bull te drinken (ze zag er ook uit als iemand die dat constant doet), die het woord lethargisch definieert, lijkt normaler dan een energieke 24-jarige die rondhuppelt en danst. Of dat denken we toch. Terwijl ik naar haar keek besefte ik dat Bella de norm is en moet zijn, niet andersom.

Ik hurkte om van mijn koffie te genieten, terwijl ik naar de lucht keek. Opeens voelde ik iemand langs achter haar kin op mijn schouder leggen, en mijn rug vastnemen. Hmmmmmm.

Terug in de bus vertelde ik haar dat precies dat soort dingen, een hoofd tegen je schouder, of een onverwachte omarming, de dingen zijn die je niet op je eentje kan doen. Dat zo’n momenten met iemand bijzonder zijn. Zo’n gebaren maken mij intens blij. Ze legde opnieuw haar wang tegen mijn schouder. Ik stak mijn arm omhoog, waardoor ze met haar hoofd op mijn borst lag, en ik haar hand vastnam. Ik weet niet of dit überhaupt bewust was, of ik mezelf blaasjes wijsmaak (waarschijnlijk dat tweede), maar het leek alsof ze mijn hand op haar buik legde. Nadat ze verteld had over de pijnlijke ervaring van een paar maanden geleden, vond ik het heel speciaal dat ze mijn hand daar legde. Ik bedoel! Alé! Ja! Zo lief! (Nogmaals, misschien heb ik dit helemaal fout, maar ik geniet ten minste van de illusie.) 🙂

Iets later reden we Wenen Erdberg binnen. Ze stapte met me uit, op zoek naar mijn Osprey, die helemaal verstopt lag (de boeken in m’n backpack zijn onbeschadigd aangekomen, oef). Ik nam mijn spullen en gaf haar nog een laatste knuffel.

Alé gij knuppel, hup! Doe nie flauw! 

Ik durf niet (meer) spontaan iemand te kussen (#metoo tegenwoordig, hoewel ik daar nooit echt goed in was), dus zeg ik wat ik meestal in zo’n situatie zeg: Can I kiss you?

Het eindigde zoals het begon: met een vriendelijke glimlach, en een intens gedeeld moment.

(Om de één of andere reden zette ik hierna spontaan Florence & The Machine’s cover van Take Care op.)

2 reacties

Erik Van Nieuwburg 1 augustus 2018 Reageer

Metal kan zo fijn zijn! Weet Bella dat je haar foto en verhaal zo exposed trouwens…. 😉?

Kobe van Reppelen 1 augustus 2018

Ha, ja, heel af en toe. En jazeker! Ik heb haar toestemming gevraagd, netjes zoals het hoort, een beetje zoals voor de kus. 🙂

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.