Een verliefde ENFP (1)

In augustus 2015, een paar weken nadat mijn relatie op de klippen liep, besloot ik spontaan met mijn peter naar Italië te gaan. Welja, hij reed sowieso met zijn gezinnetje. Mijn 50 werkdagen als jobstudent waren opgewerkt en vrije tijd was er in overvloed. De beslissing om mee te rijden was snel genomen. Ik wou al langer een barista-cursus volgen. Italië en koffie, 1+1 = 2.

Ik vond iemand bereid in Viareggio, een regio met verloren rijkeluisstadjes. Men vertelde mij dat deze stadjes een aantal decennia lang het neusje van de zalm waren, maar ondertussen worstelen met dalende toeristenaantallen. Ik vond het daar best leuk. En, het meisje dat me de cursus gaf, wist me een supergezellig hotelletje aan te raden aan dertig euro per nacht. Dat viel goed mee – het hielp wel dat haar moeder in de keuken stond en ik van een special rate kon genieten. Dat loste ook direct het probleem van zoet Italiaans ontbijt op. Doe mij maar komkommer, Parmaham en kaas.

Weg van Viareggio, over Lucca en Firenze heen, kwam mijn bus in Venetië aan. Niet in de stad zelf, gelukkig. Ik zat op een paar kilometer van het vasteland, op één of andere camping. ’s Avonds aangekomen in mijn cabine, waar plek voor 3 personen is, zag ik dat één bed reeds bezet was. De vrijgezellige vrijgezelle gast in mij hoopt dan natuurlijk op een knappe 20-jarige verdwaalde reiziger, en warempel, ze was 21! En Amerikaans.

Ik durfde de lichtknop niet aan te doen. Enerzijds uit beleefdheid, anderzijds omdat de waan van het onbekende vaak leuker is dan de complexiteit van de waarheid – “stel je voor dat het stiekem een vent met vrouwenstem is”. Tot op dat moment hadden we in het donker een paar woorden met elkaar uitgewisseld. Licht aan, kleren uit, licht uit. Douchen. Tanden poetsen. In bed kruipen. “It’s so hot in here. Thank god for the airco”. Nice Kobe, nice. Je weet wel hoe het gaat. Twee verloren reizigers komen elkaar tegen en delen een paar minuten met elkaar. Gewoon, leuke anekdotes over ieder’s reis tot nog toe. Good night.

Rond die periode trok een warmtegolf over Italië. Ik kwam pas van Firenze, waar de temperatuur tot 39 graden steeg. Veel goesting om een hete stad binnen te wandelen, had ik eigenlijk niet. Gewoon een dag of twee op de camping blijven. Beetje zwemmen, rusten, schrijven, cappuccino’s in de namiddag drinken. Ik was tenslotte al eens in de stad geweest, en de talloze toeristenwinkeltjes en Aziatische fotografen leken toch niet zo spannend. Tot A. ’s morgens ontwaakte en over Venetië begon te spreken.

“Aren’t you visiting Venice?”
“Oh no, I think I’ll just stay here and relax a bit.”
“Are you sure?”
“Yes, definitely.”
“Hm. You should join me.”

Met zo’n knipoog. Je kent ze wel, die blik die je de rest van de wereld doet vergeten. Niet erotisch ofzo, gewoon zo’n “kom toch maar mee”. Je maakt jezelf wijs dat je eraan weerstaat, maar eigenlijk wil je niet liever dan opstaan en samen een leuke dag beleven. En zo geschiedde. Slapjanus. Het vlees was zwak. Maar die zeldzame keer dat een dame mij spontaan uitnodigde om haar te vergezellen, zou ik niet laten ontsnappen. Tip aan de dames op reis: nodig een spontaan iemand uit om je een dagje te vergezellen.

Aangezien de auteur van dit bericht nog tot 11u in zijn bed bleef liggen, haalde mijn nieuwbakken reisgenoot alvast een paar bustickets. Ze vertrok iets vroeger en we spraken aan San Marco af. Of een ander pleintje in Venetië.

“Where would you like to go first?”
“I don’t care. Let’s walk around and go where no one else is going.”

aVrouw naar mijn hart. Een hele dag lang liepen we van het ene steegje in het andere straatje. Ik gleed uit op zo’n gladde steen aan het water. Kutalgen. Ze vond het wel grappig. Ik vond het dan weer leuk dat ze gewoon zo, zonder BH, losse boezem, door de stad liep. Het deerde haar niet wat mensen daar al dan niet van dachten, ze voelde zich gewoon goed. En dat straalde ze ook uit. Ze vertelde me over haar wereldreis. Met haar ouders had ze het op een akkoord gegooid: 3 jaar in plaats van 4 over de studie doen en als dat zou lukken, kon ze met een financieel steuntje van haar ouders in dat vierde jaar op reis. En dat lukte haar. Hmm, brains. Dat noteerde ik direct in mijn boekje onder “Opvoedtips voor mini-Kobe”. Tegen de tijd dat zo’n lijstje relevant is, ben ik het al lang vergeten. Maar toch. A. had twee maanden stage in Marokko achter de rug, werkte nu haar 7-weekse Eurotrip af en vertrok dan voor 8 maanden naar Nieuw-Zeeland als au pair.

[quote]”You make me smile. I’m pretty sure you came in when I was already in bed and you wanted to take a shower and we talked about where we were both from and maybe how tired we were? I remember wondering if we were going to get another roommate and talking about me not wearing a bra the next day, also in the art museum talking about art and wood and what we want our houses to be like when we get them. You talked about how much you like wood I remember and we also talked about the people around us a good bit when we were on the boats haha, like the angry dads and nagging mothers.“[/quote]

Het was in een van de steegjes dat ik over de fotoreeks van een koppeltje begon te spreken. Misschien heb je het wel gezien. Geïnspireerd door de mooie pose, maakten we onze eigen versie.

Na een dagje ronddwalen, verhalen met elkaar delen, boeken bespreken en massa’s water zuipen, gingen we samen pizza eten. Terug op de camping verwelkomde Eben ons, rechtstreeks uit Zuid-Afrika. Grappig accentje hebben die mannen. Na een spoedcursus Afrikaans zijn we nog een hele tijd in ons kamertje blijven doorpraten. Eben was echt een toffe kerel. En een vleeseter. En hij vertelde met passie en emotie over Monique, zijn vriendin. Tot het slaaptijd was. A. duwde even met haar voet tegen mijn voet. Was het een signaal? Geen idee – ik maak het mezelf wel graag wijs. Maar we lagen met drie in de kamer. Fuck you Eben, fuck you. 

Deze daily blog komt uit mijn Jaaroverzicht 2015.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.