Ernst-Jan Pfauth

In juni 2017 publiceerde ik mijn eerste boek, Bij Voorbeeld. Je kan mijn werk steunen door het via www.bijvoorbeeld.be te kopen, of hier gratis lezen.

Ernst-jan pfauth

Toen ik 17 was heb ik eens een gewei gekocht. Dan gebeuren er twee dingen: de volgende keer heb je een excuus om op een rommelmarkt iets te zoeken, en mensen gaan je hetzelfde cadeau doen[1]. Ik heb ze niet zelf geschoten!

Ik vond Alphen aan den Rijn niet zo een leuke plek om op te groeien. Een beetje een saai stadje. Ik ben op mijn 18e naar Amsterdam verhuisd. Ik wilde ook los zijn van mijn ouders, die me steunden. Als je gaat studeren is het ook normaal dat je op kamers gaat.

Ik dacht: ik wil naar Amsterdam, ik wil aan de Universiteit van Amsterdam studeren want die is in het midden van de stad. Niet aan de snelweg, zoals de Vrije Universiteit. Ik wilde de journalistiek of media in en heb communicatiewetenschappen gekozen. Daar heb ik ook mijn vriendin ontmoet!

Halverwege mijn studies ging ik bloggen, en tegen de tijd dat ik mijn bachelorthesis schreef, kroop daar heel veel tijd in. Verder studeren interesseerde me niet genoeg, er waren interessantere dingen waar ik mijn tijd in kon investeren. Ik vond het interessant om veel te bloggen, om veel te publiceren.

Ik ging naar New York voor een stage bij de Verenigde Naties en schreef NRC.next aan met de boodschap: ‘Hey, ik ga naar New York naar de VN, willen jullie dat ik daar als freelance correspondent voor jullie ga schrijven?’ Waar ze terecht: ‘Nee bedankt!’ op antwoordden. Ik kreeg nog een paar andere afwijzingen van kranten en ik dacht: ‘Fuck it, ik begin mijn eigen blog.’ Ik ging dan bijvoorbeeld in New York alle Nederlandse correspondenten interviewen, om te vragen hoe zij hun carrière maakten. Na een jaar bloggen ging ik voor The Next Web schrijven. Dat was fantastisch. Reizen naar Silicon Valley et cetera. Ik was hun eerste blogger, die tussen de jaarlijkse conferenties in het gesprek online gaande moest houden.

Ik ging naar New York als de klassieke luie student en kwam als een hyperambitieus mannetje terug. Achteraf gezien was ik wel een tikkie te jong als 21-jarige, maar ik heb er wel heel veel aan gehad.

Van The Next Web naar NRC.next, da’s zoals de KLM inruilen voor de Nederlandse Spoorwegen. Ik ruilde het overvliegen van heel de wereld in voor een afschuwelijk gebouw aan de snelweg, en het was een uur reizen. In die zin was het geen aantrekkelijk aanbod, maar er bestond gewoon geen online kwaliteitsjournalistiek in Nederland in 2009. Ik wilde ervoor zorgen dat journalistiek beschikbaar werd voor mijn leeftijdsgenoten. 11 mensen met aan het hoofd een 24-jarige, we waren een soort roversbende. We wilden nieuwe dingen proberen, zoals een liveblog over de revolutie in Egypte. Die werd heel succesvol.

Ik gaf mijn medewerkers heel veel autonomie en veel vrijheid. Mensen worden gelukkig van autonomie, zeker de mensen waar ik mee wil werken. Af en toe wat bijsturen vanaf de zijlijn, dat is mijn stijl van leidinggeven.

Rob Wijnberg was de aanjager van De Correspondent. Hij probeerde bij NRC al een medicijn tegen de waan van de dag te brengen, wat uiteindelijk tot zijn ontslag heeft geleid. Op Prinsjesdag, wanneer de koning met een gouden koets door de stad rijdt en de Nederlandse regering de financiën presenteren, hoor je daarover te schrijven. Hij besliste om een verhaal van vluchtelingen op de voorpagina te zetten, wat toen voor de hoofdredactie van NRC Handelsblad de druppel was[2]. Rob wou een grote groep journalisten bij elkaar die vooral dat soort journalistiek maakten.

Als De Correspondent investeringen had opgehaald, dan zaten we nu te kloten met winstverwachtingen en dat soort dingen. Door de crowdfundcampagne hebben we alleen maar aan onze lezers verantwoording af te leggen, en dat is heerlijk. Daardoor is ons enige doel om hen zo goed mogelijk te informeren en om een zo groot mogelijke waarde in hun leven te hebben. Wij dachten gewoon: wat is een redelijke prijs en dat was 60 euro per jaar. Als we
15 000 mensen vinden, dan hebben we negen ton en kunnen we met acht journalisten, een kantoor en website beginnen. Zo hebben wij het altijd benaderd.

Ik schrijf een reeks op De Correspondent over zelfverbetering. Deels om te vermijden dat ik mezelf laat opslokken door e-mail, Slack, Twitter en push notifications en dat soort dingen. Deels om bewust bezig te zijn met work-lifebalans en ’s avonds en in de weekends ook echt vrij te zijn. Zo kan ik me richten op werk dat écht waarde toevoegt in plaats van eindeloos te slacken of mailen. De meeste dingen kunnen wel wachten tot maandagochtend. Als ik thuis ben, ben ik daar.

Ik hoop dat ik niet zo’n vader word die zegt: ‘Je moet dit en dit gaan doen.’ Maar dat is veel makkelijker gezegd dan gedaan. Stel dat mijn zoon later voor Shell wil gaan werken of zo, dan ben ik wel benieuwd of ik dat nog steeds zeg. Maar ik vind wel dat hij het zelf moet ontdekken. Het belangrijkste wat je een kind kan geven, is heel veel liefde.

Ik probeer de dingen niet te analytisch te benaderen. Als het op dat moment goed voelt, moet je het maar doen.

We willen dat De Correspondent in de toekomst nog meer een platform wordt waar mensen met kennis die kunnen delen, onder leiding van journalisten. Het is belangrijk dat een geïnformeerde journalist het laatste woord heeft, maar net zo belangrijk om het verhaal van lezers te brengen in plaats van altijd de verhalen van experts, die al genoeg aan het woord komen.

Als ik nu een Maserati zie, denk ik: ‘Prachtig, maar het is wel een benzine-auto.’ Dat is zoals een VHS kopen wanneer DVD’s al op de markt zijn.

Ik zou mijn 18-jarige zelf helemaal niets influisteren, laat hem het maar uitzoeken. De 25-jarige zou ik misschien zeggen: ‘Vergeet niet te ontspannen en 25 jaar te zijn.’ Ik heb achteraf gezien best wel stevig gewerkt en weinig onbekommerde tijd gehad, zoals je die eigenlijk wel in je studententijd hoort te hebben.

Zelfverbetering is een eindeloos proces waar je niet per se gelukkiger van wordt, je wordt eerder een chronisch ontevreden zelfverbeteringsmachine. De focus is daardoor meer verschoven naar ‘hoe kan je dagelijkse voldoening vinden’ en ook ‘zie een normale werkdag als een waardevolle dag, en niet als een opstapje naar iets groters en abstracters in de toekomst.’

Mensen worden gelukkig van flow, door onderbrekingen uit te schakelen, en dat probeer ik in mijn dag na te streven.

Als je altijd maar uit je concentratie wordt gehaald en niet de tijd hebt om er terug in te komen, dan lever je maar werk af dat niet zo waardevol is als het zou kunnen zijn. Dat baart me zorgen, hoe zeldzaam concentratie wordt. We werken niet meer aan diep werk[3], maar veel meer aan logistiek werk: mailtjes, vergaderingen enzo. Logistiek werk zou diep werk moeten faciliteren, maar we zijn de hele dag met elkaar aan het praten of mailtjes naar elkaar aan het kaatsen, en kunnen niet meer lange periodes écht waarde toevoegen door ons te verliezen in ons werk.

Mijn smartphone is louter een sociaal ding, om pakweg foto’s te tonen. Ik ga niet mijn mails checken als iemand op het toilet gaat. Da’s zo contraproductief. Je kan toch niet echt antwoorden. Ik kijk niet uit naar het moment dat mijn zoon een telefoon wil, ik benijd de ouders die daar vandaag mee geconfronteerd worden niet. Wat ik nu al probeer te doen is, wanneer ik bij hem ben, er helemaal voor hem te zijn en niet aan het bellen of appen te zijn. Ik hoop dat ik later kan begrijpen waar hij mee bezig is en het niet zomaar ga verbieden of zo.

Leren programmeren zou ik in het middelbaar verplichten. Al de services die we gebruiken hebben een enorme invloed op ons leven en ik denk dat het belangrijk is dat onze kinderen doorgronden hoe die tot stand komen. Program or be programmed. Het is ook een vaardigheid die je helpt om je ideeën makkelijker uit te voeren. Ik heb er heel veel aan gehad dat mijn 14-jarige zelf zichzelf javascript en html had aangeleerd zodat ik als 20-jarige een blog in elkaar kon klussen, en daardoor dingen heb kunnen doen waar ik van droomde.

Wat is uw Boodschap van Algemeen Nut? Hm. Ik zou kunnen zeggen: ‘Wees je bewust dat jij het product bent van sociale media en kijk of het je leven echt helpt?’ Of de theorie van Robert Reich[4]. Hij zegt dat mensen cynisch worden over de politiek, het lijkt een poppenkast en je hebt niet het gevoel dat er voor jou gestreden wordt, dat er grote keuzes gemaakt worden, iets van visie of leiderschap. Dan kan je snel cynisch worden. Maar politiek is wij allemaal, dat is niet enkel in het parlement. We kunnen allemaal politiek bedrijven, vanuit onze rol als burger, als consument of werknemer. Je kan wél keuzes maken waarbij je de wereld verder helpt in plaats van afbreekt en zo het verschil maken. Dat soort van oproep tegen het cynisme, dat zou het kunnen zijn. Dit is wel het type vraag waar ik normaal een maand over zou nadenken als ik de mogelijkheid had.

Elon Musk is buitenaards. Hij is wel een soort martelaar en niet per se de fijnste mens om bij in de buurt te zijn.

Leeftijd is niet zo belangrijk. Van een kind krijgen, daar word je pas oud van. Je krijgt ineens heel veel verantwoordelijkheden.

Ik vind Bel Ami van Guy de Maupassant een heel mooi boek. Over hoe leeg en vernietigend ambitie kan zijn.

[1] Aan Ernst-Jan’s muur hangen een tiental geweien.

[2] ‘Vluchtelingenproblematiek is nu, een paar jaar later, het grootste verhaal,’ merkt Ernst-Jan fijntjes op.

[3] Zie ook “Deep Work” van Cal Newport.

[4] ‘Secretary of Labor’ onder Bill Clinton