Genkenaar scoort met podcast ‘De Kobe Show’: “Mijn foutjes blijven erin”

Kobe Van Reppelen: “Luister naar een podcast van mij van drie jaar geleden, en je weet exact wat mij toen bezighield.”  — ©  Luc Daelemans

Genkenaar scoort met podcast ‘De Kobe Show’: “Mijn foutjes blijven erin”

Genkenaar Kobe Van Reppelen (29) interviewt al jaren grote en kleine namen in zijn podcastreeks ‘De Kobe Show’. “Ik kan er nog niet van leven”, zegt hij, “maar het is mijn hoofddoel is om er andere mensen mee te helpen.”

Jo Smeets, donderdag 28 januari 2021

Zelf omschrijft Kobe Van Reppelen De Kobe Show als gesprekken over nieuwsgierigheid, liefde, technologie, werk, familie, geschiedenis, filosofie en kleine dingen die groot blijken. Een hele boterham, wat ook gezegd kan worden van de podcasts van Kobe: sommige afleveringen duren drie uur. Daarmee, en ook met zijn typische, lijzige manier van interviewen is hij nu al zes jaar een baken van rust in een digitale wereld die alsmaar sneller lijkt te draaien. “Of mijn gesprekspartners nu BV’s, bedrijfsleiders, chirurgen of politici zijn, dat is voor mij van ondergeschikt belang”, vertelt Van Reppelen. “Ik word dit jaar dertig en ben zelf zoekende: ik denk dat ik mijn gasten uitkies in functie daarvan. Misschien zijn de antwoorden die zij me aanreiken wel van toepassing op mij.”

Zes jaar geleden ben je aan je reeks begonnen met Roland Duchâtelet, in de jaren daarna kwamen sportverslaggever Peter Van den Bempt, architect Dieter Van der Velpen, politicus Jan Peumans, schrijver Herman Brusselmans… Is er een rode draad?

“Ja, ze wekken allemaal mijn interesse. Onlangs had ik schrijfster Lize Spit te gast: ik had nog niets van haar gelezen. Ik vond dat beter voor mijn interview, omdat ik niet in de val wilde trappen van altijd maar over dat boek te praten. Met Herman Brusselmans net hetzelfde: ook van hem had ik nooit een boek gelezen.”

Waarom ben je geïnteresseerd in schrijvers als je niet weet hoe ze schrijven?

“Herman Brusselmans blijft Herman Brusselmans, maar daarom hoeft zo’n interview niet te gaan over de dingen waarover het altijd gaat. Toen ik Pedro Elias sprak, hadden we het over zijn zoontje, zijn afkomst, zijn ambities, maar niet over De Container Cup of over wat er op dat moment hot was. Omdat ik dat helemaal niet nodig vond, zulke dingen zijn van voorbijgaande aard.”

Ben je als interviewer niet onzeker als je niet op de hoogte bent van het palmares van je gesprekspartner?

“Die keuze heb ik bewust gemaakt. Ik begin met een open blad, en inderdaad, het is al gebeurd dat ik na een kwartier dacht: Shit, het komt niet los. En dan zit je daar zonder iets om op terug te vallen. Wat helpt, is wanneer de geïnterviewden wéten hoe ik te werk ga. Als ze dat niet weten, kan dat inderdaad voor problemen zorgen. Zo heb ik al eens een aanvaring gehad met een auteur die schrok van mijn methode. Hij zei: Je bent helemaal niet geïnteresseerd in mijn werk, waarom wil je me dan interviewen? Het antwoord is dat ik in veel meer geïnteresseerd ben dan zijn werk alleen.”

Maar als je op de hoogte bent van het werk van een artiest, kan dat je toch helpen om het over andere dingen te hebben.

“Ik had onlangs een interview met (N-VA-ideoloog, nvdr.) Joren Vermeersch, wiens boek ik voor de verandering wél gelezen had, en ik dacht achteraf inderdaad: Blij dat ik goed voorbereid was, want anders was het interview maar een fractie van wat het uiteindelijk geworden is. Ik weet wel dat het geen ding mag worden, maar voorlopig vind ik het beter om het zo te doen.”

Kobe Van Reppelen: “Politici zijn een categorie apart: ze stappen niet zo makkelijk uit hun rol.”  — ©  Luc Daelemans

Vind je iedereen interessant?

“Ik denk dat je van iedereen iets kunt leren of afleren. Het is gewoon interessant om te peilen naar hoe de geïnterviewde tot zijn succes is gekomen, wie of wat die persoon ook is. Neem nu Dries Van Langenhove, want over dat interview spreekt iedereen me tegenwoordig aan: het is niet omdat je het niet eens bent met iemand, dat je niet naar hem mag luisteren.”

Kan je voor elke gast sympathie opbrengen?

“Op zich wel, wat niet betekent dat ik zijn gedachtegoed deel. Elke gast zegt wel iets waar ik het niet echt mee eens ben.”

Welk gevoel had je met Van Langenhove?

“Voor mij is hij een generatiegenoot die op zijn manier probeert de wereld vooruit te duwen, net zoals Conner Rousseau, die ik ook te gast heb gehad. Nu, politici zijn wel een categorie apart: ze stappen niet zo makkelijk uit hun rol. Wat Van Langenhove betreft: ik wil niemand veroordelen, dat is mijn taak niet. De luisteraar moet maar intelligent genoeg zijn om zelf zijn mening te vormen.”

Wat wil je uiteindelijk te weten komen van jouw gasten?

“Ik heb onlangs alle Harry Potter-films herbekeken. Wat me opviel was: met elke episode groeit Harry Potter, en hij heeft verschillende personages om zich heen die hem tonen wie hij is. Dat is wat ik wil weten van mijn gasten: hoe zijn ze geworden wie ze zijn? Hoe zijn ze in hun traject omgegaan met tegenslagen, ambities, verdriet…? Ik gooi tijdens een interview ook mijn eigen pijnpunten en angsten op tafel, zo worden ze bekeken door de lens van mijn gasten, waardoor er vaak een nieuw licht op geworpen wordt.”

De interviews gaan dus over jou?

“Ik zeg inderdaad weleens dat mijn podcasts één groot verwerkingsproces zijn.”

Wat heb je dan te verwerken?

“Als man van bijna dertig zit je sowieso met veel vragen. Wie ben ik? Hoe zit het met mijn balans tussen werk en leven? Ben ik een goede vriend? Ben ik een goede zoon? Zal ik later een goede partner en vader zijn? Dat zijn ook de vragen die mijn gasten zich stellen. Dat vinden ze doorgaans veel belangrijker dan de auto die in hun garage staat of het bedrag op hun bankrekening. Door die mensen te interviewen, leer ik wat echt belangrijk is. Als ik mijn gasten hoor praten over het eindeloos najagen van succes en status, de balans tussen werk en leven, miskramen, echtscheidingen, kinderen verliezen, psychiatrische problemen – dingen waar ik weinig ervaring mee heb – dan heb ik er tenminste al één keer over nagedacht. En ook de luisteraars hebben er iets aan, dat laten ze me toch veelvuldig weten.”

Zanger Rick de Leeuw zei ooit: “Uit de vragen kan je opmaken wat de interviewer bezighoudt.” Toen Rick nog interviews afnam voor een maandblad, stelde hij voortdurend vragen over echtscheiding, omdat hij zelf door een scheiding ging.

“Bij mij is dat steeds weerkerend thema de balans tussen ambities en het gezinsleven. Dat is iets waar veel single millennials – zoals ik – mee bezig zijn. We hebben alles om gelukkig te zijn, maar toch zijn we en masse ongelukkig. Misschien is mijn generatie wel de ongelukkigste ooit. Ik zie heel veel verdriet, angst en onzekerheid om me heen, en die thema’s wil ik niet onbesproken laten in mijn interviews. (denkt na) De Amerikaanse podcastmaker Marc Maron zei ooit iets dat erg toepasselijk is op mij: ‘Die tien jaar van podcasts vormen samen één groot audiodagboek. Grasduin door mijn podcasts, en je ziet zo mijn leven voorbijkomen.’ Zo is het ook met De Kobe Show: luister naar een aflevering van drie jaar geleden, en je weet wat exact me toen bezighield.”

Jouw podcasts duren erg lang, soms wel langer dan vier uur. Eventueel geklungel knip je er niet uit, wat uiterst merkwaardig is in tijden waarin de media erg geformatteerd zijn.

“In de podcast die ik maakte met Jan Peumans had hij het over een zekere Mortier, een schrijver. En ik floepte er onmiddellijk Guy Mortier uit, maar Peumans bedoelde Erwin Mortier, en zei: Nee jong, da’s die van de Humo. Ik vond mezelf toen erg dom maar toch heb ik het erin gelaten. Sindsdien hebben al mijn stommiteiten hun plaats in mijn podcasts.Weet je, mensen hebben de mond vol van authenticiteit, maar alleen wanneer het hen goed uitkomt. Daar wil ik niet aan meedoen. Dus, als ik iets doms zeg, laat ik dat erin, want ook dat is authenticiteit.”

Kobe Van Reppelen: “In mijn hoofd is de wereld mooier dan in de realiteit.”  — ©  Luc Daelemans

Hoeveel luisteraars heb je?

“Een gevaarlijk thema onder podcasters, want het hangt er maar vanaf hoe je dat meet. Als ik naar de statistieken kijk, concludeer ik dat ik maandelijks tussen de twee- en drieduizend luisteraars heb die elk vijf tot tien afleveringen beluisteren.”

Verdien je hier iets aan?

“Nauwelijks. Mensen kunnen sinds kort wel doneren, en dat doen ze gelukkig ook, wat neerkomt op zo’n zevenhonderdvijftig euro per maand.”

Daar kan je niet van leven.

“Klopt, ik leef grotendeels van mijn spaargeld. Het is een beslissing die ik drie jaar geleden heb genomen: Laat ik nu eens enkele jaren voltijds podcasts maken, zonder me al te veel aan te trekken van inkomsten. Ik ben dat nu aan het evalueren: mijn publiek is alsmaar gegroeid, ik krijg soms honderden reacties op één aflevering. Nu komt het erop aan dit om te zetten in een verdienmodel. Ga ik sponsors zoeken? Ga ik werken met advertenties? Dat moet nog allemaal beslist worden. Ik heb de luxe dat ik me dit kan permitteren.”

Hoe kom je aan die luxe?

“Ik heb ooit een financiële meevaller gehad waarmee ik enkele jaren verder kon. Het was mijn keuze die financiële ruimte te gebruiken voor iets wat ik echt graag wil, en dat is wat ik nu aan het doen ben. Ik zit in de helft van mijn traject, dus binnen enkele jaren zal ik weten of ik hier van kan leven of niet.”

Ben je een idealist?

“Eerder een romanticus, denk ik: in mijn hoofd is de wereld mooier dan in de realiteit. Leed vermijden, da’s wel een rode draad in mijn leven, en dat trekt zich ook door in mijn podcasts. Als een van mijn gasten in een slechte relatie zit en daarover vertelt in mijn podcast, dan kan dat een positieve invloed hebben op luisteraars die in een soortgelijke situatie zitten. En zo gaat die luisteraar misschien beslissingen nemen die goed voor hem zijn, ook dat is een vorm van leed vermijden. Als ik er met mijn podcasts in slaag enkele luisteraars een andere richting te doen inslaan, zie ik mijn missie als geslaagd.”

Je bent bijna dertig. Op wat wil je op je veertigste kunnen terugkijken?

“Op een semi-publiek traject waarin ik op zoek ben gegaan naar de waarheid. En natuurlijk op een gigantische catalogus van fijne babbels, lieve reacties en interessante figuren die ik bij wijze van spreken heb aangeraakt. Dat mijn verwerkingsproces andere mensen helpt met hun proces, vind ik ook belangrijk. Verder hoop ik dat ik de komende tien jaar rust vind en toch mezelf kan blijven.”

De Kobe Show is te volgen via YouTube, Apple Podcast en Spotify. Doneren kan op kobe.show/steun.

Wie is Kobe Van Reppelen?

Genkenaar Kobe Van Reppelen studeerde Marketing, woonde een jaar in Brazilië in het kader van een uitwisselingsproject en ging daarna een jaar vrijwilligerswerk doen in Duitsland. Op zijn vijfentwintigste verhuisde hij van Boxbergheide naar Antwerpen. Vandaag noemt hij zichzelf een onafhankelijk mediamaker. Met zijn podcastreeks De Kobe Show weet hij alsmaar meer luisteraars te lokken.

5 tips van Kobe Van Reppelen

Schrijver Nassim Taleb

“Ik startte met Antifragiel, maar heel Nassim Taleb’s Incerto-reeks heeft een grote impact op mij. Samen met René Girard is hij dé auteur wiens werk ik dit decennium wil verkennen.”

‘Take Care’ van Drake

“In 2013 ontdekte ik via een tweet van Kevin De Bruyne Take Care, het album uit 2010 van Drake. Die plaat gaat mijns inziens over een zoektocht, over balans, over grootsheid die zich niet meteen openbaart. Een album dat er sindsdien altijd voor mij is.”

‘The Portal’ van Eric Weinstein

“Eric Weinstein’s The Portal is dé beste podcast. Eric is één van de weinige mensen die zich een polymath mag noemen, iemand die met verve intellectuele bakens uitzet.”

Pelgrimsroute Camino de Santiago

“De Spaanse pelgrimsroute Camino de Santiago – in het Nederlands: de Jakobsweg – heb ik in 2017 ontdekt en sindsdien drie keer bewandeld, goed voor zo’n tweeduizend kilometer in totaal. Wandelen nivelleert: verschillen zijn miniem, iedereen is op hetzelfde pad. Wat ons verbindt is groter dan wat ons scheidt. Een mooie metafoor voor mijn gesprekkenreeks.”

‘Cities and Ambition’ van Paul Graham

“Cities and Ambition, het essay van Paul Graham, heeft mijn leven veranderd. Ik raad het iedereen aan die nadenkt over zichzelf, de omgeving, en hoe die twee onlosmakelijk verbonden zijn. Voor mij is dat Antwerpen als uitvalsbasis, met Hamburg, Wenen en Lissabon als deuren naar werelden waar ik graag vertoef.”

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *