Guido Everaert

In juni 2017 publiceerde ik mijn eerste boek, Bij Voorbeeld. Je kan mijn werk steunen door het via www.bijvoorbeeld.be te kopen, of hier gratis lezen.

Guido Everaert

Mijn ouders zijn vooral kwaad geweest bij mijn studiekeuze. Pol&soc aan de universiteit, voordat Carl Devos er het mooie weer maakte. Het was de afvalrichting van Rechten, waar alle gebuisden zaten. Mijn ouders vonden dat wel jammer. Mijn vader had bestuurswetenschappen gestudeerd en vroeg zich af waarom hij nu zo hard gewerkt had om een zoon te hebben die juist hetzelfde doet, dat is niet voldoende. Toen ik in de reclame terechtkwam, vroegen ze mij of ik geen echte job kon vinden. Iets bij de overheid of zo.

Op een bepaald moment word je te oud en te dik en te grijs voor de reclame, en dan doe je iets anders. In mijn geval was dat bloggen. Ik was toen een veertiger.

Ik zat in Cannes en had goesting om daarover te schrijven. Ik heb een developer gebeld om een website op te zetten, en ik stuurde mijn stukjes dan in Word. In de humaniora schreef ik al graag, en in elke vereniging pleitte ik voor een boekske. Ik was de enige die het volschreef, en waarschijnlijk ook de enige die het las. Maar ik schreef wel erg graag.

In de reclame was ik een suit, een strateeg. Geen creatieveling.

Met bloggen kan je geen geld verdienen, maar je hebt wel een stukje exposure. Mensen denken pas dat je goed schrijft wanneer je in De Morgen staat, maar je moet natuurlijk eerst goed schrijven.

Als je heel banale dingen vertelt, dan moet het tenminste grappig zijn. Als je iets interessants vertelt, is het meestal al ergens gepubliceerd. Wat je dan moet doen, om er meerwaarde aan te geven, is jouw visie eraan toevoegen. Daar heb ik nooit schrik voor gehad. Ik ben altijd voor mijn mening uitgekomen. Je visie moet trouwens uit jezelf komen, niet van je omgeving.

Je krijgt een jaar de tijd van de uitgeverij om een boek te schrijven. Na de eerste veertig bladzijden dacht ik: Jezus ik wil dit zelf niet lezen. Dan heb ik het een aantal maanden laten liggen, mijn uitgever zorgvuldig vermeden en mijn boek uiteindelijk in drie weken geschreven.

Mijn vader vond niets leuker dan aan tafel te zitten met zijn kinderen, ’s morgens vroeg of ’s middags of eender wanneer, en te babbelen. Gewoon, voor zijn pure plezier. Wij zeiden iets of hij zei iets, maar hij zou altijd een andere stelling aannemen. Wij zeiden wit, en hij zei zwart. En dan werd er gediscusssieerd. We kregen een draai rond onze oren als we niet ontopic bleven, of met emoties in plaats van voorbeelden afkwamen. Dat was heel levendig. In het begin hadden mijn kinderen schrik van opa en papa, maar ondertussen doe ik hetzelfde met hen. Ik heb ook geen enkel probleem om me te verontschuldigen bij mijn kinderen of studenten als ik het fout heb. Het gaat niet over macht, het gaat over verstand.

Een mening is op zich niet zo moeilijk. Een mening wordt belangrijker naarmate ze meer onderbouwd wordt, door meer argumenten, door meer visie. En die visie krijg je door te lezen, door te praten, door dingen te zien. Je kan makkelijk ‘ik ben tegen vreemdelingen’ zeggen, da’s een mening, maar ik vind het leuker om daarover te babbelen met Vlaams-Belangers om hun eigen visie aan te scherpen.

Mensen volgen een blog omdat ze het leuk vinden, en er is een stukje sympathie tussen de lezer en de schrijver van de blog. Je schrijft in eerste instantie voor vrienden. Daarna wordt dat wat breder, en moeilijker. Toen ik in het begin voor De Morgen schreef, dacht ik ook dat dat vrienden waren. Dat was niet zo. Lezers van een blog willen weten wat jij te vertellen hebben. Lezers van een krant willen de headline, de eerste paragraaf. Ah, hij gaat het daarover hebben en ik ben nu al kwaad. Een deel van je nuance of betoog wordt dan niet gevolgd.

Improvisatie en onzekerheid zijn zeer grote en goede drijfveren om kwaliteit af te leveren.

Veel mensen reduceren storytelling tot een stukje persoonlijke anekdotiek, gekoppeld aan de rest van de boodschap, maar dat is het niet. Het gaat over mensen raken. Dat kan op een emotionele, rationele of esthetische manier. Je moet die drie aspecten beheersen.

Ik word gek van mensen die slecht presenteren! Of mensen die praten maar niet vertellen. Begin, midden, einde.

De vorm is ondergeschikt aan het verhaal.

Velen schrijven zoals op school: je krijgt een titel en begint van daaruit te denken. Da’s saai. Je moet eerst weten waar je wil uitkomen, je punchline, je laatste zin. En daar werk je naartoe. Houd het helder.

Hoe meer je leest, hoe beter. Mensen lezen te weinig. Lees eens een oud boek. De inhoud van een boek, dat doet iets met je, dat vormt je als mens, op een heel andere manier dan de oppervlakkige internetartikels[1].

Deadlines en stress, dat zijn mijn twee grote motivatoren. Inspiratie is voor watjes, zei Hugo Claus.

Ik zoek de problematiek niet op, ik wil gewoon zeggen hoe ik iets zie. De bedoeling is niet om te kwetsen, maar om discussie uit te lokken. Om te praten en na te denken en mensen te doen nadenken. Ik heb de wijsheid ook niet in pacht, verre van.

Mijn Boodschap van Algemeen Nut? Wees lief voor elkaar, lees wat meer, en wees open. Da’s alles, meer heb ik niet.

[1] Zoals The Black Swan van Nassim Taleb. Of Yuval Harari’s Sapiens. Beide boeken las ik tijdens dit schrijfproces.