Het verhaal van Irina

Vorige woensdag om 23u42: “Your flight is cancelled.” Het personeel van Transavia was vriendelijk genoeg om een taxirit naar Genk te regelen, wat een grappige situatie was. De rit naar huis kostte hen €231.20, in schril contrast met de €37 die ik voor de vlucht betaald had. Ik besliste om een nieuwe bestemming te kiezen en Lissabon in te ruilen voor Porto. In het centrum van Porto, dicht bij de rivier, is een klein koffiezaakje waar ik mijn “meia de leite”, mijn koffie verkeerd, bestel. Een plek waar ik zorgeloos mijn ideeën kan overlopen.

Ik leg mijn iPhone naast me neer, zet een podcast van James Altucher op en geniet van de warme zonnestralen en de koude wind. Ik maak notities in mijn boekje. Een half uur later komt een vrouw voorbij. Ze vroeg me om wat geld, omdat ze honger had. “Nee, sorry.” Ik dacht aan mijn favoriete excuus: “Het is enkel correct om een persoon te helpen, als je iedereen kan helpen. En als ik nu iets aan deze vrouw geef, moet ik elke bedelaar geld geven, en dat gaat natuurlijk niet!”

Maar iets in mij zei dat dit onzin is, want het is onmogelijk om álle bedelaars van de wereld in een leven te ontmoeten. Op een week in Porto kom ik er hooguit vijftien tegen. Bijgevolg is de basis van mijn excuus incorrect. Gelovigen vinden hun waarheid in verzinsels zoals een god of reïncarnatie, waar ik mij niet in kan vinden, maar hier zit ik dan, met mijn rotsvast vertrouwen in een eigen verzinsel. Meer zelfs, ik drink een koffie van €1.20, luister naar miljonairs door een iPhone van €589, ik draag een Tissot van €275, schrijf in een Leuchturm van €16.50 met een stift van €2.90 en neem taxiritjes die voor vele mensen een maandelijks loon zijn. Maar 50 cent, ho maar, “dat gaat niet, want dan moet ik iedereen vijftig cent geven!” Ik ben het product van de rijkste beschaving die deze wereld ooit gekend heeft, de som van generaties vooruitgang, maar delen blijkt onmogelijk. Ik luister naar virtuele mensen die praten over “het goede leven,” terwijl de echte realiteit aan mij voorbijgaat. Wat is het nut van een open geest als je selectief je ogen sluit? Ik besef dat niet enkel de koffie op dit moment verkeerd is.

Ik sta op, betaal mijn drank, en loop de hoek om. Daar stond ze, voor de supermarkt. Ik wandel naar haar toe en vraag wat haar naam is. “Irina, senhor.” “Hallo Irina, eu sou Kobe. Esta com fome?” Jazeker had ze honger. Ik liep met haar de supermarkt binnen, waar ze zorgvuldig een sixpack pudding met caramel uitkoos. Ik vertelde haar dat ze eender wat kon kiezen, maar ze bleef bij haar pudding van €1.35. Dat is peanuts in vergelijking met de tranen van geluk in Irina’s ogen.

Ik denk niet dat ik haar ooit nog zal ontmoeten. Maar ik weet dat ik vanaf nu iedereen die het vraagt op mijn manier zal helpen, en mijn neus niet meer zal optrekken voor een medemens die minder geluk in de lotterij van het leven heeft.

Geef een reactie

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.