Filosofie van Interviewen

Geïnspireerd door Tyler Cowen’s My Philosophy of Interviewing. Grote kans dat deze lijst doorheen de tijd aangevuld wordt. Toepasselijk op mijn programma, de Kobe Show.

Filosofie van interviewen

Ik begin bij Tyler’s eerste punt, dat ik volledig deel:

Appreciation is an underappreciated art and skill. These interviews are most of all about appreciation.

Tyler Cowen
  1. Mijn programma is het audiovisuele notitieboek van mijn leven, zoals Marc Maron zijn eigen WTF-show beschrijft.
  2. Mijn uitgangspunt is niet “dat je van iedereen iets kan leren.” Lichtjes aangepast vind ik ‘m al beter: “Je kan van iedereen iets afleren.” Maar ook dat is te kort door de bocht. Ik wil leren van iemand’s gedachtengang – hoe komt een persoon, binnen zijn of haar context (dat wat je een “leven” noemt) tot exact de conclusies die hij/zij trekt? Zou ik in dezelfde situatie tot dezelfde beslissingen verleid worden? Ik wil het niet met mijn gasten eens zijn; ik wil ze hun ideeën van a-z laten toelichten.
  3. De ruimte om te twijfelen, om in bochten te gaan, om terug te keren en eerdere fouten te corrigeren. Je kan dit enkel en alleen bieden wanneer een gesprek in good faith plaatsvindt. Good faith is voor mij een soort van deontologische plicht, een startpunt van waaruit je wel kan beoordelen, maar niet veroordelen. Laat iemand vertellen zoals hij/zij de wereld ziet, en ga niet van het slechtste uit.
  4. Stel, mijn gast is vegan, politiek wetenschapper en woont in Gent – wat is zijn standpunt over nucleaire energie? Hoe lager de kans dat je het antwoord juist hebt, hoe beter. Ik verkies gasten met een lage voorspelbaarheids-coëfficiënt. Ik ben geïnteresseerd in de idiosyncratische eigenschappen van een individu. De socialist die ook restrictionist is; de kernfysicus die biomassa-centrales wil bouwen; de kapitalist die tegen monopolies vecht; de politicus die experimenteert met nieuwe vormen van democratie; de atleet die met gevaar voor eigen leven de race wint; de wereldverbeteraar die in zijn achtertuin eindigt.
  5. Ik weiger om gasten te instrumentaliseren. Sommigen hebben naam en faam, maar wanneer een gesprek niet kan voldoen aan mijn eigen kwaliteitscriteria (je krijgt bvb één uur waar je minstens drie nodig hebt), is het een no-go. Ook wanneer gasten vragen om een tweede opname, of het verknippen van een aflevering, is dat vanzelfsprekend. Ik toon de beste kant van mensen.
  6. Ga in gesprek, niet in discussie – door te argumenteren, door betere vragen te stellen. Waarom? Vertel meer? Hoe kom je tot die conclusie? Wanneer wordt dat standpunt het meest op de proef gesteld? Wat is de kost van dat standpunt?
  7. Schijnbaar domme vragen stellen is prima – soms moeten de kleinste details even uitgeklaard worden. Maar elke luisteraar moet in staat zijn een oordeel uit te stellen (of een vooroordeel bij te werken), om te luisteren naar wat niet gezegd wordt, om verbanden te leggen die de context van het expliciete, dat wat gezegd wordt, te verbinden met het impliciete, dat wat er rond hangt (leeftijd van de gast, tijdsgeest, levensfase, ervaring, bekendheid, rouw, ..). 
  8. Op het einde van de dag is het grootste deel giswerk. Zoeken, ontdekken, wegwerpen; wat werkt, wat werkt niet. Mensen groeien, standpunten evolueren, wat gisteren vol overgave beweerd werd, is vandaag passé. We zijn dynamische wezens in een statisch formaat. Dat heeft schoonheid én beperkingen tegelijkertijd. Neem het niet té serieus.

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *