Jan Puype

In juni 2017 publiceerde ik mijn eerste boek, Bij Voorbeeld. Je kan mijn werk steunen door het via www.bijvoorbeeld.be te kopen, of hier gratis lezen.

Jan Puype

Ik vertegenwoordig een 200-tal sprekers en zorg dat zij zich kunnen focussen op waar zij goed in zijn: inspireren.

In het vijfde studiejaar wist ik al wat ik zou worden: journalist. Ik was erg geïnteresseerd in mens en samenleving, nieuwsgierig naar meningen die niet de mijne zijn.

Ik kon bij de Volksunie met iedereen overweg[1]. Ik babbelde ook met de meest radicale nationalisten, terwijl dat ook niet mijn idee is. Dat was eigenlijk een ongelooflijke partij, waar alle strekkingen samenkwamen. Van Vlaamse softienationalisten, zoals ik er ene was, tot maatschappelijke stemmen van de linker- en rechterzijde. Daar viel amper een lijn in te trekken. Of een toevallige lijn, naargelang er een interview was. Na drie jaar begon Anciaux zijn verruimingsbeweging en daar ging ik niet in mee. In alle vriendschap hebben wij onze samenwerking beëindigd. Ik zat wel met een probleem, want het was makkelijker van de journalistiek naar de politiek over te stappen, dan van de politiek naar de journalistiek. Dat weet je ook op voorhand. Ik deed dan eerst een ontluizingsperiode. Letterlijk een jaar ontluizen: een jaar in een Brussels café aan de bar werken en dan drie maanden met de rugzak door de bergen.

Televisie gaat over kijkcijfers. We merkten dat de onderwerpen waarvan gedacht werd dat niemand ernaar zou kijken, net het best bekeken werden en de hoogste kijkcijfers behaalden. Mensen zijn niet dom. Je zit op televisie veel vaster in een structuur dan pakweg in een boek. Ik was enerzijds wel fier op onze reportages[2], maar het was tegelijkertijd ook frustrerend.

Als journalist kan je echt wel iemand bij de keel grijpen. Da’s zelfs vrij gemakkelijk. Mijn stelregel was: als ik iemand aanval, moet ik eerst de kloten hebben om het in zijn gezicht te zeggen voor ik het naar buiten breng.

In mijn boek De Ridders van de West-Vlaamse Tafel heb ik een aantal families hard aangepakt, maar voor het gepubliceerd werd, heb ik alle families gecontacteerd. Sommigen werkten mee en gaven mij interviews. Anderen vroegen me, in de West-Vlaamse spirit, of ik zot was? Geen pottenkijkers! Ik heb hen dan verteld dat hun verhaal te belangrijk was om niet op te nemen en heb alle families een versie gestuurd. Dat is heel belangrijk. Het is de taak van een journalist om een stelling of positie in te nemen en je moet dan maar sterk genoeg in je schoenen staan om die mening te houden. Dat verwijt ik journalisten vandaag de dag soms. Dat ze hun werk niet (goed) doen en soms keihard op de man spelen, of dingen insinueren. Dat gebeurt heel vaak, maar dat kan niet. De journalistiek vandaag is te insinuerend, te betweterig, te snel concluderend. Ik heb eigenlijk van niks spijt. Ik ben altijd respectvol gebleven.

Ik ben een die hardfan van The Economist.

Als je optelt hoeveel journalisten er zijn in Vlaanderen, pakweg 2000, en dan naar de output kijkt: dat is ondermaats. Wat leer je als lezer of kijker over onze samenleving? Dat betekent niet dat onze journalisten niet kwalitatief zijn, maar dat een pak verkeerd ingezet wordt en dat ze niet met de juiste dingen bezig zijn.

Je moet goed weten wat je leest. The Economist is ultraliberaal in zijn standpunten. Daar ben ik het vaak niet mee eens, maar zij scheiden dat erg goed. Ze hebben hun vaste pagina’s waar ze hun ultraliberale gedachtengoed spuien, waarvan ik soms: ah stop ermee, denk. Maar de rest is zo analytisch, zo afstandelijk geschreven. In tegenstelling tot de naam doet vermoeden, gaat het niet enkel over economie. Je krijgt echt inzicht in de wereld.

Laagskeskrabberij, zo zou ik mijn journalistieke stijl beschrijven. Door verschillende laagskes heengaan.

Het laatste jaar bij de VRT ging echt niet meer. Er gebeurden dingen die ik deontologisch onverantwoord vond. Ik heb dat gemeld, ik heb dat niet naar buiten gebracht, maar daar werd dan niets mee gedaan. Op het moment dat ik me schaamde om journalist te zijn, ben ik ermee gestopt. Ik heb eerst mijn ontslag gegeven, het was tijd om te gaan. Dan volgde er een leuke periode: mijn hoofd leegmaken. Een half jaar wassen, plassen en koken, en geen enkele keer het nieuws aandoen. Afkicken. Na een half jaar solliciteerde ik bij Staatsveiligheid. Onderzoeken en infiltreren! De democratie steunen! In de laatste ronde leken ze mij beter te kennen dan ik mezelf kende. ‘Als je hier wantoestanden ziet, ga je wél in het gareel blijven lopen.’ Maar natuurlijk ging dat niet. Dat was dus ook een doodlopend pad. Mijn vrouw wou rond die periode ook ondernemen, en na een heel creatieve periode is daar Read My Lips uit voort gekomen. Samenlevingsgewijs is dat belangrijk. Ik vertegenwoordig nu allerlei soorten verhalen en meningen en visies.

Sommige mensen zijn amper te verkopen, en zo zitten er bij ons ook. Dat heeft onder andere met bekendheid te maken. Ik dacht in het begin dat dat niet zo belangrijk was, maar daar heb ik me in vergist. Té niche-onderwerpen werken ook niet.

Iedereen heeft zijn zottigheden en een boek schrijven was de mijne! Ik raad mensen wel aan om hun zottigheden te volgen. Ik ben er wel fier op. Ik doe dat graag, van een wit blad beginnen en iets maken. Ik zou het in die situatie ook opnieuw doen, jazeker.

Dé goede spreker, dat bestaat niet. Wees wie je bent.

Wees lief, zie elkaar graag. En durf, go, ga voor je droom, ga op zoek naar jezelf. Ga op je bakkes, stamp onder je gat. Dat zijn twee filmpjes die ik als Boodschap van Algemeen Nut zou maken.

Ik verander regelmatig van mening. Soms verander ik om nog eens te veranderen naar het originele standpunt, dan is de cirkel rond.

Als mijn kinderen iets uitsteken of kattenkwaad uithalen, vind ik het belangrijk dat ze het zeggen, dat ze het niet verzwijgen. En ja, dat ze vooral hun eigen weg gaan. Ze zijn nog jong, maar dat ze durven. Onze jongste was spits en haalde het ineens in zijn hoofd dat hij keeper wou worden. ‘Als jij dat echt wil,’ zei de trainer, ‘moet je wel naar het b-team.’ En dat heeft mijn zoon dan gedaan! Daar was ik wel erg fier op, dat hij zijn weg kiest en daar ook voor gaat.

[1] Jan was drie jaar lang senaatsmedewerker van Bart Anciaux. ‘Ik mocht er veel onderzoeksjournalistiek doen. Van adoptiemaffia en infiltreren bij neo-nazi’s tot fraudedossiers.’

[2] Als reportagemaker voor Panorama won hij in 2008 de Dexia Persprijs. In de documentaire Pax Electrabel zocht hij met Wim Van den Eynde uit of Electrabel wel inspanningen leverde om groene stroom te produceren.