Mijn ruimte in de ruimte

De laatste maanden denk ik regelmatig over de wereld, samenleving, macro-economie, met andere woorden, het geheel der dingen, en hoe ik daarin pas. In welke mate is het nuttig, verstandig zelfs, om tijd en moeite te investeren in klimaatverandering, de Belgische politiek, onrecht tegen immigranten en globale economische vooruitzichten. In welke mate moet ik mij engageren om de wereld beter te maken, om grote thema’s aan te pakken, mijn idee of gedacht te delen. Hoe zou ik die lijn trekken, moest ik een vijfjarige mijn gevoelens uitleggen?

Hoe langer hoe meer overtuigd ik ben van alles macro achterwege te laten: de dingen die niet in mijn controle zijn (in de toekomst zal ik een link met Stoïcisme leggen), de grote thema’s te laten voor wat ze zijn, en te focussen op dat wat ik in mijn leven kan veranderen. Ik ben al jaren fan van de uitspraak “De beste manier om een depressief persoon te helpen, is door zelf niet depressief te zijn.” (Vervang “depressief” met “arm”, “dik”, “jaloers” of eender welke andere negatieve eigenschap die jou zou beschrijven.) Al is die uitspraak nogal hard, afhankelijk van hoe letterlijk je ‘m neemt.

Via Austin Kleon’s blog las ik over Paul Kingsnorth idee over tending to your own garden:

“Only two ways of reacting to the current crisis of nature were offered. On the one hand, there was ‘fighting’. This fighting was to be aimed at the ‘elite’ that was destroying the planet – oil companies, politicians, corporate leaders, the rich. On the other hand, there was ‘giving up’. Giving up meant not fighting. It meant running away from a necessary battle. It meant being selfish. It meant ‘doing nothing’, and letting the planet go to hell.

All of this hinged on a narrow definition of what doing something involved, and what action meant. It seemed to suggest that action must be something grand and global and gestural. Small actions were not actions at all: if you couldn’t ‘change the world’ there seemed little point in changing anything.”
(bron)

Zoals Kleon vermeldt, komt het belang van een eigen “ruimte” terug in Orwell’s 1984, als verweer tegen een tyrannieke overheid: behoud controle over de paar kubieke centimeters in je schedel.

“Fortress of Solitude”

Maar ook elders vind ik soortgelijke boodschappen. John Goodman in The Gambler beschrijft wat zijn fortress of solitude is:

Het vermogen (letter en figuurlijk) om over je eigen leven te beslissen, als gevolg van de ruimte die je voor jezelf uittekent. En natuurlijk is deze kennis al millennia oud, onder Publilius Syrus’ Wil je over een rijk heersen? Beheers jezelf. (“Imperium habere vis magnum? Impera tibi.” Mijn vrije vertaling.)

Voor mij leidt die gedachte tot verschillende beslissingen:

  • Niet (zo weinig mogelijk) deelnemen aan politiek, noch via media, noch via de verkiezingen (niet stemmen).
  • Nadruk leggen op wat ik kan veranderen in deze (mijn) wereld. Niet klagen over schandalige feministische artikels in De Morgen, maar zelf een voorbeeld zijn in mijn omgeving.
  • Geen (zo weinig mogelijk) kritiek op andere artiesten, op keuzes die mensen maken met hun leven, maar integendeel focussen op mijn beslissingen.
  • Sociale media achterwege laten, meer daarover later.

Midnight

In the darkness before the dawn
In the swirling of the storm
When I’m rolling with the punches and hope is gone
Leave a light, a light on

Om de één of andere reden loop ik al maanden met Coldplay’s Midnight in mijn hoofd rond (en ook Kygo’s remix). Er is een reden waarom het idee van, wanneer alle hoop verloren is, een lichtje te laten branden. Omdat dat een keuze is om, in alle momenten, te beslissen om zelf dit moment iets beter achter te laten. En dat symboliseert, gedeeltelijk, mijn idee over de rust in mijn leven, mijn fortress of solitude, en de terugkeer naar die plek waar ik mezelf ben.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.