Peter Vandenbempt

In juni 2017 publiceerde ik mijn eerste boek, Bij Voorbeeld. Je kan mijn werk steunen door het via www.bijvoorbeeld.be te kopen, of hier gratis lezen.

Peter Vandenbempt

Ik omschrijf mezelf als een voetbalcommentator en journalist. Ik ben geen analist, dat is voor mensen die het spelletje nog veel meer doorgronden dan ik.

Afgefloten was mijn allereerste keer op de Vlaamse radio. Daar mocht ik twee en een halve minuut een eigen tekstje voorlezen. Dessel tegen Wezel in vierde klasse C, gezeten op een bierton. In 1994, toen was ik regionaal medewerker voor Het Nieuwsblad.

Echte opleidingen Journalistiek bestonden in mijn tijd niet. Ik heb voor regentaat gekozen, en wist daarna dat ik geen les wou gaan geven. Ik heb dan anderhalf jaar in een computerfirma gewerkt, dan toch even in het onderwijs gestaan, al was ik geen leraar conform de gangbare norm. Ergens in het voorjaar van 1995 deed ik van alles – de Sportbrunch met Lieven van Gils, Radio 2, en wedstrijden van tennis tot karting verslaan, ik deed vier jobs tegelijkertijd.

Het examen voor sportjournalist was een traumatische ervaring. Jan Wauters, mijn idool, vroeg mij uit over allerlei mogelijke dingen zoals de Wereldbeker van 1950. Hij had mij knock out gemept. Ik ging naar buiten, naar een telefooncel, en belde naar mijn vrouw: ‘Ja, ja, hopeloos, het wordt niks, de rest van mijn dagen zal ik voor de klas staan.’ ’s Nachts stond Jan Wauters op mijn antwoordapparaat met de vraag om hem terug te bellen.

Jan Wauters is mijn enige rolmodel. Alles wat ik ben en kan, heb ik aan hem te danken. Hij had de stem, de kennis, een onuitputtelijke woordenschat. Hij kon landschappen schilderen met zijn woorden. Ik heb al mensen geweten die voor de radio wilden komen werken en Jan Wauters niet kenden. Dat begrijp ik toch niet zo goed.

De basis van alles is een goede opleiding, een goede vorming.

Je bent 7/7 journalist. Je kan je interesseknop niet afzetten. Ik ben in de eerste plaats nieuwsgierig in de wereld rondom mij.

Ik zit nu in de periode waarin je ’s nachts terugkomt van Brugge en je je afvraagt of je dit wil blijven doen. Ik heb met het ouder worden niets ingeboet aan enthousiasme, maar of ik dat nóg eens vijftien jaar volhoud, dat weet ik niet. Nu, als ik me afvraag wat ik dan anders zou doen, weet ik het ook niet.

Ik zou graag hebben, maar dat kan ik niet garanderen, dat als mijn tijd gekomen is, dat ik het helemaal kan loslaten, en dat ik niet de drang voel om het toch nog te willen rekken en erin te blijven en mee te tellen. Ik hoop dat ik ‘dit is het’ kan zeggen. Ik denk dat het mentaal gezond is om er helemaal mee te stoppen.

De job die wij doen, zoals ik ze doe, is sociaal en familiaal erg zwaar. Ik heb er de lusten en de lasten van, en mijn vrouw enkel de lasten. De realiteit is dat ik mijn carrière najaag, en mijn familie daarvoor moet opdraaien. Toen wij trouwden was ik nog gewoon een leraar, met drie maanden vakantie, en stond bij wijze van spreken het eten op tafel als zij terugkwam van haar drukke job. Dat is veranderd en is niet altijd even evident.

Mijn grootste kwaliteit is zelfkennis. Ik weet zeer goed wat ik wél kan, en niet kan. Ik ben niet vals bescheiden. Ik kan goed spreken en heb een goed analytisch vermogen om zaken in te schatten.

Enig cynisme is mij zeker niet vreemd, en ik denk dat een gezonde portie cynisme nodig is om overeind te blijven. Voetbal is een vuile wereld vol intriges, hypocrisie, belangenvermening, geschuif, en daar moet je rekening mee houden. Je wordt elke dag van de week belogen. Als ik 10 of 20 procent weet van wat er zicht afspeelt, is het al veel, en dat mag je nooit vergeten. En dan denk ik dat ik al goed geïnformeerd ben.

Als het correct is, mag je hard zijn.

Ik heb wel vaker mensen aan de telefoon gehad die ontevreden waren. Ik heb niet liever dan dat mensen mij opbellen om mij daarover te spreken. Ik ben wel nog nooit iemand tegengekomen die zegt dat mijn informatie verkeerd was.

Sociale media zijn mij totaal vreemd, en dat is zalig. Mijn collega’s weten dat ze me daar niet mee moeten lastigvallen. Om mijn mening over het voetbal te geven, heb ik bij wijze van spreken tien kanalen. Ik heb geen nood om dan ook nog eens te tweeten of te zeggen dat ik vanaf maandag met vakantie ben.

Ik probeer een zo goed mogelijk mens te zijn. Sommigen doen dat vanuit het geloof, anderen vanuit een soort humanisme, maar dat lijkt me niet zo verschillend.

De keren dat ik nog eens in een kerk zit, kom ik tot rust. Om echt tot rust te komen, heb ik het geloof niet nodig, maar op momenten dat het moeilijk gaat, biedt het op één of andere manier toch troost, al is dat irrationeel.

Ik vind het veel belangrijker als mensen tegen me zeggen dat mijn kinderen goede mensen zijn, dan dat ze zouden zeggen dat het intelligente kinderen zijn. Natuurlijk zou je graag de twee hebben, maar ik vind het in die volgorde toch belangrijk. Dat ze beleefd of hulpvaardig zijn, of attent zijn voor mijn hoogbejaarde ouders. Ik kan ervan genieten als mijn zoon zijn snoepje heeft gedeeld, dat soort dingen.

Probeer de komende twintig jaar het evenwicht niet uit het oog te verliezen, zou ik mijn 25-jarige zelf zeggen.

Ik ben over heel de wereld geweest, op de fijnste plekken die je je kan voorstellen, in stadions met de beste beleving, maar als ik het totaalpakket bekijk, en dat heb ik al vaak gedacht, kunnen we nergens beter zitten dan in België. Als ik straks opnieuw moet kiezen, ga ik zonder twijfelen voor hetzelfde op dezelfde plaats.