Praktische reflecties over de Jakobsweg

In deze introductie over de Jakobsweg probeer ik drie thema’s te behandelen.

  1. Wat is de Jakobsweg?
  2. Welke zijn de meest gestelde vragen?
  3. Een paar praktische reflecties.
  4. Waarom vind ik het zo’n ervaring?

1. Jakobsweg – qué?

“Jakobsweg” is het Duitse verzamelwoord voor de wegen die richting Santiago de Compostela (vaak gerijmd aan “Campus Stellae,” “Sterrenveld) leiden. Er is geen echte Nederlandse vertaling, en “Jakobsweg” klinkt net iets leuker dan “Camino.” Dat is een stad in Noord-West Spanje, in Galicië, de provincie die bekend staat om zijn octopus (“pulpo”) en irritante regens. Heerlijk. Er zijn een vijftiental bekende routes, verspreid over Iberië, waarvan de meest bekende de zogenaamde “Franse route” is. Die dankt zijn naam aan zijn startpunt, Saint-Jean-Pied-de-Port in Zuid-Frankrijk. Met zo’n 800 kilometer tot Santiago is het de meest gekozen (en touristische) route.

De zogenaamde “Spaanse route” vertrek noordelijker, in Irún (of Bayonne, als je in Frankrijk wil starten). Deze voert je over Bilbao en Santander naar Gijon of Oviedo. Via Gijon loop je verder langs de kust; via Oviedeo ga je over de “Camino Primitivo” (niet de primitieve weg, maar wel de primaire/eerste weg – denk aan premier, eerste minister, niet primitieve minister) richting Lugo. Iets later sluit je bij de Franse route aan. De derde meest bekende route ligt in Portugal, en heet dan ook de “Portugese route.” Deze begint in Lissabon en voert je via het binnenland (over Coimbra) naar Porto. Daar heb je de keuze om via het binnenland voort te gaan, of de Kutweg te nemen.

2. De grote meest-gestelde-Jakobsweg-vragen-lijst

Is de Jakobsweg religieus?

Ja. En nee. Je kan niet ontkennen dat de wortels diep spiritueel zijn, en dus ook religieus, aangezien we beiden pas sinds een paar jaar zijn gaan onderscheiden, en de Jakobsweg zelf meer dan duizend jaar oud is. Dat betekent niet dat er voor wandelaars geen religieus aspect aan verbonden is. In mijn ervaring hebben wandelaars een reden om te wandelen, of iets wat hen ertoe dreef dit avontuur aan te vangen. Of je dat als religieuze impuls wil bestempelen, laat ik in het midden. Maar behalve de spirituele kant van de Jakobsweg, bestaat de ervaring uit prachtige landschappen, kameraderie (met buitenlanders), zelfbeproeving, zingeving, naastenliefde, en hoogte- en dieptepunten. Dat zijn trouwens ook de standaardingrediënten van een religieus verhaal.

Hoe ver moet je dagelijks wandelen?

Wel, je moet helemaal niets. Maar laat ons zeggen dat er, afhankelijk van de route die je kiest, elke vijf tot vijftien kilometer een slaapplaats is. Of jij dan tien, twintig, dertig of vijftig kilometer per dag wandelt, is jouw eigen keuze. Ik doe graag langere dagen van 25 à 35 kilometer, maar ik ben 27 en kan uren zonder wijn water. Jij doet wat jij wil. Het is jouw ervaring. Rustdagen zijn voor mij bijvoorbeeld moeilijk. Ik wandel nog liever een korte dag van vijftien kilometer, met tussenstop in elke bar die ik tegenkom (koffie met melk voor 11u, rode wijn erna) dan een hele dag met mijn vingers te draaien.

Maar dat is een persoonlijke voorkeur. Ik ben bijvoorbeeld een citytrip-fan, maar tijdens het wandelen vermijd ik steden als de pest. Maar dat betekent niet dat jij er geen tussenstop kan nemen.

Is de Jakobsweg zwaar?

Iedereen onder de vijftig moet morgen (kunnen) beginnen. Daar mag geen twijfel over bestaan. “Ja maar ik heb zus en zo.” Dan begin je op dag één met 10 kilometer. Dag twee doe je er 15. Voor je het weet ben je aan het wandelen en valt dat allemaal best mee. Je hoeft je er met andere woorden niet per sé op voor te bereiden – ik vrees ook dat dat niet echt gaat. Vanaf een bepaalde leeftijd wil je misschien eerst je huisarts consulteren (want vanaf een bepaalde leeftijd is dat ook een vast aanspreekpunt), maar maak jezelf geen blaasjes wijs: je kan meer dan je denkt (en dit avontuur is veeleer een mentale dan fysieke uitdaging).

Ik heb tientallen tachtigers en zelfs negentigers ontmoet. Ja, dat zijn uitzonderingen. Maar ze doen mijn “ai mijn knie doet een beetje pijn”-excuses als sneeuw voor de zon verdwijnen.

De zwaarste beproeving is mentaal. Dat begint al bij het inpakken van je backpack, die maximaal 50 liter groot mag zijn. 35 liter is beter. (Ik raad Osprey aan.) Maximaal 9 kilogram voor mannen, 7 kilogram voor vrouwen, alles inclusief. Vergis je niet: dat is een hele uitdaging. “Ja maar ik heb meer materiaal nodig!” Onzin. Wat je écht nodig hebt:

  • 3 paar wollen sokken
  • 3 onderbroeken
  • 2 shorts
  • 2 t-shirts
  • 1 lange (jogging) broek
  • 1 trui
  • 1 poncho (regenjas)

Alles wat niet in dit lijstje staat, is optioneel. Dafalgan en pleisters en water verkopen ze in Spanje ook. Vergeet fancy drinkbussen: een plastic flesje van 0.5 of 1 liter is lichter, goedkoper, en even handig. Vergeet een “echte” slaapzak. Als je het koud hebt gebruik je je jogging en trui, en de lakens ter plaatse. (Uit hygiënische redenen raad ik wel zo’n dun “zakje” aan waarin je kan slapen. Dat weegt ook bijna niets. Dat kan ook dubbel dienen als handdoek.)

Verder heb je één paar deftige wandelschoenen nodig (ik raad Salomon aan – koop ze zeker een maat groter dan normaal), en eventueel slippers voor ‘s avonds. Ik liep nogal eens blootvoets rond.

Rechtsboven – een meisje in de bar van het hostel in Bilbao wilde me niet bedienen, zo lang ik geen schoeisel aandeed.
In een notitieboekje kan je de gedachten van anderen (ook) verzamelen.

1 notitieboekje (ik raad deze set van drie blanko Moleskine’s aan). 1 reisgidsje (enkel kaarten, geen tekst). Geen powerbank. Geen leesboeken. Pro-tip: laat je smart phone ook thuis.

Ten slotte is wandelen geen sport. Wij zijn gebouwd om lange afstanden te overbruggen. Zo lang je hartslag niet omhoog gaat, is het geen sport. (Dat wil niet zeggen dat je hartslag niet getest zal worden. Er zijn best pittige wandelpaden.)

Moet ik alleen gaan, of met iemand anders?

Die vraag kan ik niet helemaal beantwoorden, aangezien ik nooit met iemand van begin to einde gewandeld heb. (Dat is misschien al het antwoord.) De Jakobsweg is prima “alleen” te doen. Je komt mensen tegen. Je bent op een pad waar mensen je graag een helpedne hand uitreiken. Alles komt wel goed. Maar voor sommigen is dat niet voldoende. (Opnieuw, de mentale uitdaging is groter dan de fysieke.) Als je echt niet anders kan, ga dan met iemand. Een speciale opmerking naar (getrouwde) koppels: ik denk nog steeds dat het beter is om al individueel te gaan in plaats van (jaren) te wachten tot je het als koppel kan doen. Maar ook hier kies je zelf. De grappigste verhalen zijn die van (prille) koppeltjes die elkaar (mentaal) de afgrond in drijven, meestal in de eerste tien dagen. De mooiste zijn die van mensen die elkaar tijdens het wandelen ontmoet hebben. Maar schrijf vooral je eigen verhaal.

Waar overnacht ik?

Ik ga tentgangers en kampeerders negeren: dit antwoord geldt enkel voor mensen die ‘s avonds een bed en een douche willen. Voor hen heb ik goed nieuws: op elke van de drie voorname routes zijn er voldoende slaapplaatsen. Je kan op voorhand reserveren (in hostels), maar dat raad ik ten zeerste af. Het zuigt letterlijk alle spontaniteit uit de ervaring, tenzij je natuurlijk nerveus wordt van spontaniteit – qué? Elke slaapplaats heeft een (unieke) stempel, die je in je Credential opspaart.

Credential. Aan te kopen op dag 1, waar je stempels verzamelt.

Informatie over slaapplaatsen verspreidt zich ook snel onder wandelaars. De must-visit plekken, bijvoorbeeld. Of dewelke je moet vermijden.

Wat eet ik?

Hetzelfde als thuis, maar dan anders. ‘s Avonds zal je in de regel een restaurantje vinden. Ontbijt krijg je enkel in commerciële hostels, niet in de herbergen. Supermarkten hebben ze in Spanje ook.

Wat kost het?

€6-€10 per overnachting, gemiddeld. €5-€15 aan eten, per dag, afhankelijk van je innerlijke Bourgondiër. Andere kosten zoals postkaarten, sigaretten, extra koffies of condooms, zullen in lijn liggen met je huidige gewoontes.

En de taal?

In Spanje spreek je Spaans, en weinig Engels. Er wordt ook veel Duits gesproken, omdat er belachelijk veel Duitsers op wandel zijn.

Wat niet te doen?

De technofoob in mij raadt elke “app” ten zeerste af, omdat je constant de neiging zal hebben om op je iPhone de route op te zoeken. (Je zal ook het centraal aanspreekpunt-met-een-iPhone-app worden.)

Volg de gele pijlen!

Ik weet ook niet of ik reisgidsen aanraad. Ja, ze zijn handig. Op mijn eerste wandeling had ik er eentje van John Brierley. Maar ze snoepen een deel van de ervaring weg. Het enige wat je moet doen, is de gele pijlen volgen. En je zou het bijna vergeten, maar nooit eerder hadden zoveel andere mensen een smart phone met GPS bij. Die kan je altijd om raad of tips vragen.

Moet ik naar Santiago wandelen?

Als je nog nooit eerder de Jakobseg bewandeld hebt, raad ik Santiago als doel zeker aan. Er is iets magisch aan de stad. Die stad, die in het begin nog wekenlang weg is, maar gaandeweg dichterbij komt. De laatste dagen voel je het in de lucht. De wegwijzers, die vanaf Galicië het resterend aantal kilometers aangeven, wakkeren de motivatie aan. 100 kilometer te gaan. Vier dagen. 95km. 90km. 80km. 60km. 30km. Laatste dag. 22km. 21km. 20km. 7km. 6km. 5km. Heerlijk.

Maar let op: niet het doel (hoewel de ontlading, vaak gepaard met tranen in ieders ogen, een magisch ervaring is) maar de weg ernaar toe, is wat telt. Die ontlading is enkel maar zo groot omdat je er weken naartoe gewandeld hebt.

Wanneer is de beste periode om te gaan?

De lente is rustig, maar vrij nat. De zomer is heet, en toeristisch. De hefst (na-zomer) is mijn favoriete periode. Verget op dag één je pilgrimspaspoort (“credential”) niet aan te schaffen. Dat kan voor zo’n €2 in de kathedraal of kerk waar je start.

Hoe lang moet ik wandelen?

Dat hangt van jezelf af. Maar elke dag bouwt op de vorige. Drie weken is meer dan drie keer beter dan een week.

Heb je nog tips?

Ja. Als je dan toch literatuur voor onderweg wil, raad ik Wild, Therapy of On The Road aan. Die gaan allemaal over hetzelfde thema, min of meer. Als je de Portuguese of Franse weg kiest, koop dan een boekje van John Brierley (zonder kaarten, Frans of Portugees). Luister je graag naar muziek, check dan Hans Zimmer’s Live in Prague. Koop een lakenzak in plaats van een slaapzak. En draag een hoed!

3. Een paar praktische reflecties

Je kan deze vragen voor of tijdens je wandeling beantwoorden. Of twee keer, en zien waar je juist of fout zat.

  • Waar kwam het idee om te wandelen vandaan?
  • Waarom denk je dat wekenlang wandelen een goed idee is?
  • Waarom ben je hier?
  • Wat is het verschil tussen de Jakobsweg en een lange wandeling?
  • Is Santiago het doel? Waarom (niet)?
  • Wie zou hier van houden? Wie zou het haten? Wie zou het niets zeggen?
  • Wat is je eerste herinnering aan de Jakobsweg?
  • Wat is je beste herinnering tot nog toe?
  • Is de Jakobsweg religieus, spiritueel, of nog iets anders?
  • Wat is het meest waardevol op de Jakobsweg?
  • Waarom wandelen mensen (hier)?
  • Welke levenslessen leerde je?
  • Wat hebben de meest inspirerende mensen gemeenschappelijk?
  • Hoe verschilt de Jakobsweg van het echte leven?
  • Hoe belangrijk is het om tot in Santiago te geraken?
  • Als je vijf minuten hebt om te praten over jouw ervaring op de Jakobsweg, wat vertel je dan? Wat vertel je niet?

4. Waarom vind ik het zo’n ervaring?

 

(onvolledig)