Wat te doen in Lissabon

Een paar dagen geleden kreeg ik een berichtje: “Kobe, deel de Lissabon-geheimen uit Kobe’s Little Black Book of Secrets eens, want ik ga daar deze week naartoe.”

Prompt schreef ik een overzicht, want Lissabon is zonder twijfel één van mijn favoriete steden do mundo.

Laat ons beginnen bij het begin: je horloge een uur terugdraaien. Tevergeefs heb ik proberen uit te vissen waarom de heenvlucht 2u30 (op papier) duurde, en de terugvlucht 3u30, voor hetzelfde traject. Dat kan, volgens de wetten van de natuurkunde, toch helemaal niet? Tot ik me de wetten der mensheid herinnerde, en me bewust werd van de verschillende tijdzones.

Wanneer je aankomt in Lissabon, kan je ofwel de taxi (€15) of de metrolijn naar het centrum nemen. De metro is een prima vervoersmiddel in Lissabon, welk ik constant neem – als afwisseling op het wandelen. Want Lissabon is een echte wandelstad – een stad met een heel aantal highlights, maar vooral een plek waar ik enorm graag rondwandel. Genieten van de historische schoonheid, de nauwe straatjes, de vele pleinen, heuvelachtige wijken en warme indeling.

Stel, je staat ’s ochtends op en hebt, omdat het ontbijt in hostels meestal nogal tegenvalt (of je hebt na dat ontbijt nog een hongerke), nog een stukje maag te vullen. Dan zou ik minstens één keer (maar pas op, het werkt verslavend) bij een Padaria Portuguesa binnenwandelen. Dat is een bakkersketen, vergelijkbaar met de Panos bij ons, maar beter, en goedkoper. Je kan daar voor €2.50 een “pequeno almoço” (petit-déjeuner, ontbijt) vragen. Dan krijg je een croissant, een broodje (met kaas en hesp, al dan niet warm, als je dat vraagt) én vers geperst fruitsap. Toen ik er met mijn vriendin was, startten we daar dagelijks voor €5 de dag. Bestel daar sowieso een “galāo” als je graag koffie met melk drinkt, voor €0,95.

Moest je ’s middags, ’s namiddags of ’s avonds honger hebben, raad ik je sowieso “Restaurante Leão d’ouro” aan. Hier ga ik 3/7 wanneer ik een weekje in Lissabon ben. Maar pas op: op de hoek ligt het echte restaurant (duurder) – het is om de hoek, bij het buffet, waar je moet zijn. Voor €8 / €9 kan je daar à volonté (all you can eat) drie uur lang eten. Zowel de vegetariër als vleeseter komt er aan zijn trekken. Heb je liever sushi à volonté? Ga dan naar “Dao” (R. Palma 247, 1100-084 Lisboa, Portugal) waar je voor €10 zoveel sushi kan eten als je wil. Ten slotte is “Frankie’s Hot dogs” (je raadt het al) een begrip voor de studenten. Vanaf het centrum is het een mooie wandeling naar de Frankie’s buiten het centrum. Goed, voldoende eten.

Zoals ik al schreef, is Lissabon een echte wandelstad. Dat gaat je sowieso naar Alfama brengen, waar je best ’s avonds eens met de madam doorwandelt. Ik heb daar heel goede herinneringen omdat de straatjes zo mooi en warm zijn en je daar heerlijk rustig iets kan drinken. Lissabon staat ook bol van de sky bars (“rooftop bars”), ga zeker zo eentje binnen. Het kasteel “Castelo de São Jorge” kost €8 en verdient ook een bezoek, maar neem hier je tijd voor (minstens een paar uur, om er heerlijk rond te kuieren). Je kan met de tram 28 (dat zijn die typische trammetjes) naartoe, maar ik raad te voet aan. Die trammetjes zitten vol met toeristen en hoewel typisch Lissabon, vind ik ze vooral typisch toerist en vermijd ik die liever.

Als je even niet weet wat doen, geef dan “Miradouro” (letterlijk mira-de-ouro: gouden zicht) in Google Maps of vraag het aan eender wie op straat: dit zijn plekjes met een fantastisch uitzicht op de stad, die vooral ’s avonds (en in de weekends) volzitten met mensen. Je zal snel beseffen waarom ze Miradouro heten. 🙂

Baixa-Chiado is vind ik één van de mooiste tramhaltes die ik ken, waar ik eens zou binnenwandelen. In Lissabon zijn er ook “free walking tours”, dewelke ik in eender welke stad aanraad.

Vanaf Cais de Sodré kan je een aantal richtingen uit:

  • Cascais, met de trein: een prachtig stadje minder dan een uur van Lissabon. Ideaal voor een daguitstap.
  • Cacilhas, met de boot, voor een paar euro. Absolute aanrader, al is het enkel maar om de stad eens vanop het water te zien. Stukken goedkoper dan de toeristische boten, die vanuit het Praça do Comércio (centraal plein) vertrekken. Je kan van dat centraal plein langs het water naar Cais do Sodré wandelen, dat ligt allemaal dicht bij elkaar.

Ten slotte moet je naar “Jardim Amália Rodrigues” wandelen – anders zet ik je terug op het vliegtuig. Je zal zelf wel zien waarom. (Hint: prachtig zicht.)

Alles wat ik hierboven heb beschreven komt ook in de vlogreeks van één of andere onnozelaar voor.. 😉