Zelfstandigenexperiment: maand drie (3/6)

Oeh, een uitdagende foto!

Welkom bij deel drie van mijn zelfstandigenexperiment. Voor de nieuwe lezer, zie hier deel één en deel twee. Sinds 1/7 dit jaar werk ik officieel als zelfstandige. Mijn professionele hobbies zijn schrijven, lezen, interviewen en evenementen organiseren. Mijn professionele inkomsten komen uit marketing consultancy, copywriting en ecommerce. Zo, dat is dat.

In een poging mijn handschrift te onderhouden, schreef ik deze blogpost eerst in m’n notitieboekje.

Toeval of niet, het is vandaag zondag én sinds drie maanden zit ik in m’n zelfstandingenexperiment. Ik schrijf dit vanuit Dis en Dat, een Genkse koffiebar. Een bezoek op een gemiddelde zondag aan een gemiddelde stad geeft mij hoop. Hoop dat ik het beter kan. 

Links hoor ik “zo, het was een goed weekend, we kunnen er weer tegenaan”. Rechts zie ik jonge koppeltjes met jonge kinderen in één hand, iPhone in de andere. De idealist in mij hoopt dat iedereen hier uit compleet vrije wil zit. Of tenminste uit eigen keuze. De realist in mij, alhoewel verantwoordelijk voor veel twijfel in m’n eigen leven, denkt wel beter te weten. Er valt iets te zeggen voor het verschil in werkethiek. Straks, rond 18u30 op deze gezegende zondag, werk ik aan een blogpost, bereid ik een podcast voor en voer ik nog werk voor een klant uit. Dat geeft me morgen de vrijheid om mijn interesse & creativiteit te volgen, waarschijnlijk meer te lezen en schrijven. Ik zal Sam Harris’ Lying meer dan waarschijnlijk uitlezen (update: uitgelezen), nadat ik eerder deze week Hannibal & Me met veel plezier afwerkte. En zo loopt het op dit moment. 

De perceptie van mijn vrijheid is erg gunstig. Ik weet niet goed wat te denken van de zelfopgelegde verplichtingen van de dertig landgenoten, die samen met mij in de ruimte waar ik dit schrijf een koffie genieten, vanaf morgen weer mogen vervullen.

In zijn boek beschrijft Andres Kluth, aan de hand van Pablo Picasso en Cézanne, een interessant idee neer. De eerste, een jong genie dat later worstelde met zijn identiteit (net zoals Hannibal en Lewis) versus Cézanne, de oude meester (zoals Harry Truman en Eleanor Roosevelt), die door een accumulatie van levenservaring op een later tijdstip in hun leven tot volle ontplooiing kwamen. Ik kan niet anders dan vallen voor het romantische beeld van deze tweede groep. De auteur beschrijft het verschil ook als ‘dreamers’ (eerste groep) en ‘wanderers’ (tweede groep). Moderne voorbeelden zijn, volgens mij, Eric Cantona (young genius) en Barack Obama (old master). Zegt u zelf maar in welke categorie pakweg Luc Nilis zou thuishoren. 

Harris’ Lying geeft een inzicht in zogenaamde ‘leugentjes om bestwil’ (“white lies”), die destructief van aard zijn. Het doet me denken aan Carol Tavris’ “Mistakes were made (but not by me)“, een goed startpunt over zelfrechtvaardiging, voor salonfilosofen en -psychologen zoals mezelf. 

Het lijkt alsof deze boeken een soort extra opleiding zijn, alhoewel ‘extra’ een voortzetting lijkt te impliceren, waarbij de kennis en inzichten uit deze boeken eerder als ‘nieuw’ voelen. Ze helpen mijn eigen boek te schrijven (later meer). Dus wissel ik professioneel intensieve weken met introspectieve dagen af. Ik denk, of maak mezelf graag wijs, dat dit tot het pad van een old master behoort.

In de stapel van hierboven herken je de correspondentie van William Shirer voor, en tijdens de tweede wereldoorlog (na Target Switzerland kijk ik hier naar uit), Dan Ariely’s Predictably Irrational, The Hard Thing about Hard Things, Neal Gabler’s biografie over Walt Disney, boeken van Alan Watts, Mindless Eating, Mapping the Mind, What I learned losing a Million dollars, The Old Man and the Sea, en nog een hele boel 🙂

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.